Antwerpen, Kerken en Toerisme
Toerismepastoraal, Bisdom Antwerpen (TOPA vzw)

Sint-Paulus, de Antwerpse dominicanenkerk, een openbaring.

De schilderijencyclus: De Mysteries van de Rozenkrans

De DROEVE MYSTERIES

Het eerste Droeve Mysterie
DE DOODSTRIJD VAN JEZUS
(David I Teniers)

Na het Laatste Avondmaal gaat Jezus zich samen met de drie uitverkoren apostelenPetrus, Johannes en Jacobus de Meerdere – bidden in de Hof van Olijven, op de Olijfberg. In het nachtelijke uur beleeft Hij zijn doodstrijd. De angst staat in zijn ogen te lezen (Mt. 26:37-38): “Vader, laat deze beker (van het lijden) Mij voorbijgaan, doch niet mijn, maar Uw wil geschiede” (Lc. 22: 42). Johannes ligt op Petrus’ schouder te slapen, Jacobus slaapt al zittend. De maan doorbreekt de duisternis van het nachtelijke uur. Het licht valt op de voorgrond op eenieders kledij. Via een hoge toegangspoort betreedt Judas met “een afdeling soldaten en met dienaars … voorzien van lantaarns, fakkels en wapens” (Joh. 18:3) de ingang van het landgoed. Schenkster van dit paneel is de weduwe Vloers.

Het tweede Droeve Mysterie
DE GESELING
(P.P. Rubens, geschonken in 1617)

Na zijn terdoodveroordeling door het Sanhedrin en de instemming daarmee door de Romeinse landvoogd Pontius Pilatus om Hem te kruisigen, wordt Jezus eerst gegeseld (Mt. 27:26; Mc. 15:15). Christus staat met de polsen geboeid aan de geselkolom. Rubens laat Christus opzettelijk de toeschouwer de rug – schroefvormig – toekeren. Met deze expositie van de pijniging wil hij de toeschouwer tot medeleven bewegen en doorheen de emoties de devotie tot de Heiland versterken. Ook het coloriet wil bijdragen tot die emotionele bewogenheid. Door het contrast met de duistere kelders van het paleis van Pilatus en de donkere kledij van de beulsknechten wordt het naakte en bebloede lichaam van Christus des te meer belicht. Zelden werd het lichamelijk lijden van Jezus zo levensecht en zo direct in beeld gebracht. Rubens beoogt niets anders dan een regisseur die in een rauwe film Jezus’ passie in beeld brengt door minutenlang te focussen op het gruwelijke lot van de onschuldige. Je zíet hoe repen vel afgescheurd worden en het bloed in het rond spat. Terwijl de dramatiek in een film wordt opgevoerd door de striemende zweepslagen door de lucht te horen suizen en ze bij de gemartelde te horen áánkomen, moet Rubens zich beperken tot louter picturale middelen.

Met zijn arm die uit de lijst lijkt te komen, staat de beul op de voorgrond links op het punt er opnieuw op los te slaan. Dit gebaar versterkt ook de kracht waarmee hij op zijn slachtoffer afgeeft.

Twee gespierde beulen, aan de rechterzijde, bewerken Jezus’ rug met een roede. De zwarte vooraan staat op het punt om met een opgeheven roede in beide handen er duchtig op los te slaan. Alsof dit nog niet volstaat, wordt Jezus in de kuiten getrapt door de zwarte beul om hem – letterlijk – door de knieën te laten gaan, terwijl de soldaat de witte lendendoek van Jezus’ lichaam aftrekt om Hem des te meer bloot te stellen aan de striemende slagen. “Dankzij Zijn striemen heeft Hij ons genezen” (Jes. 53:4), aldus de tweede lezing op de woensdag in de Goede Week.

De beulsknecht met ontbloot bovenlijf achteraan, lijkt met de linkerhand zijn ogen af te wenden en zijn hoofd af te schermen: kan hij deze gruwel niet langer aanzien of wil hij zijn gelaat beschermen tegen de in het rond spattende bloeddruppels? Of veegt hij zich het zweet van het voorhoofd om te insinueren welke inspanning hij zich reeds getroost heeft om zich van zijn duivelse taak te kwijten? Rechts onderaan kijkt een hond grimmig toe.

Naast enkele compositorische aanpassingen, verschillen ook meerdere details van de olieverfschets (Gent, Museum voor Schone Kunsten).

Schenker: koopman Louis Clarisse; zijn zoon Marcus Antonius treedt in bij de Antwerpse dominicanen.

Het derde Droeve Mysterie
DE DOORNENKRONING
(Artus de Bruyn)

In het paleis van de landvoogd Pilatus wordt Jezus wreedaardig bespot als “koning van de Joden” (Mt. 27:27-31; Mc. 15:16-20; Joh. 19:2-3).

Christus, uitgeput van de striemende geseling, krijgt een kroon van doorntakken diep op het hoofd geduwd, zo diep dat uit de wonden overvloedig bloed vloeit. Bovendien wordt hem de rietstok waarmee de soldaten “Hem op het hoofd slaan” (Mc. 15:19), hier als een (gebroken) scepter in de rechterhand gestopt. Het derde attribuut van de bespotting, de purperen mantel (Mc. 15:17), is nauwelijks te zien, maar hangt, fel bebloed, van de zitbank af.

De uitstekende tong van de twee beulsknechten met groteske tronie verbeeldt Bijbeltrouw hoe ze Jezus bespuwen (Mt. 27:30; Mc. 15:19). De halfnaakte beul op de voorgrond, geknield om Hem hulde te brengen (Mt. 27:29c; Mc. 15:19), maakt vóór de ogen van Jezus een obsceen gebaar terwijl hij in de rechterhand een rode lap houdt, waarschijnlijk bedoeld om er Jezus mee “in het gezicht te slaan” (Joh. 19:3).

De compositie en de houding van de figuren, vooral Christus in profiel en de spottende geknielde beul, gaan terug op Albrecht Dürers passieprent van ca. 1510. Hoezeer ook de figuren met hun forse musculatuur voor ruimtelijk volume zorgen, de compacte schikking van de personages op het voorplan blijft vlak. Typisch ook voor De Bruyn zijn de spleetvormige ogen.

Het vierde Droeve Mysterie
DE KRUISDRAGING
(Antoon Van Dyck, ca. 1617-’18)

Dit is één van de vroegste werken van Van Dyck: hij was toen nog geen twintig jaar. Van geen enkel van zijn schilderijen bestaan er zo veel ontwerptekeningen. Niet minder dan tien zijn ervan bewaard, wat voor een uitzonderlijke documentatie zorgt over de ontstaansgeschiedenis van een baroktafereel. Was hij in zijn eerste studies al te zeer op zichzelf betrokken, dan vindt Van Dyck geleidelijk zijn plaats in de opbouw van de cyclus. De aanvankelijk horizontale compositie evolueert naar een verticale terwijl de oorspronkelijke beweging naar links, omwille van de samenhang met de chronologische lezing van de hele reeks, omslaat in een beweging naar rechts. Omdat het een rasterpatroon vertoont, wordt de tekening in het Antwerpse Prentenkabinet aangezien als het eigenlijke modello. Toch werden tijdens de uitvoering van het schilderij de houdingen van sommige figuren nog aangepast.

Verschillende taferelen van Jezus’ kruisweg zijn hier tot één voorstelling samengevoegd.

Jezus valt onder het kruis. Beulsknechten en een soldaat dwingen Jezus op te staan en verder te gaan. Ze trekken aan het touw om Zijn middel, porren Hem met een essenhouten stok aan en helpen de dwarsbalk van het kruis op te heffen.

De ontmoeting met zijn moeder Maria. Doordat Maria’s gelaat haast verborgen is in de intens blauwe mantel – met lapis lazuli als pigment – is de emotie van haar moederhart hier afleesbaar aan de gespannen blik, de tranen en haar houding, waarbij ze door de knieën gaat. Jezus’ blik zonder woorden, achterom opkijkend naar zijn geknielde moeder, zegt genoeg.

Ten derde is er de hulp die de opgevorderde Simon van Cyrene, in opvallende helrode kledij achter Maria, aanbiedt door het kruis mee te dragen.

De lansen en hellebaarden, die opgaan in de duistere lucht van de achtergrond, versterken het contrast tussen het machtsvertoon van de gezaghebbers en het onmenselijke verdriet van ‘moeder en kind’.

Blijkbaar genoot het schilderij appreciatie, en werkte het inspirerend voor menig schilder. Maar deze medaille heeft ook een keerzijde. Het werk werd aan de boven- en aan de onderzijde ongeveer 8 cm. ingekort omdat het later in de 17de eeuw op het Heilig-Kruisaltaar werd gehangen. In 1794 wordt het naar Parijs vervoerd, om hier na de Franse nederlaag, in 1816 terug te keren.

Het vijfde Droeve Mysterie
DE KRUISDOOD
(Jacob Jordaens)

Jezus, aan het kruis genageld, heeft de geest al gegeven. Jordaens kan hier het rubensiaanse ‘detail vivant’ niet nalaten en laat het perkamenten opschrift door de wind wapperen. De 4 aanwezigen, aldus Joh. 19:24-26, worden netjes parallel links en rechts van het kruis opgesteld.

Iconografisch rechts van het kruis staat moeder Maria en Johannes de Evangelist. Maria houdt een hand radeloos opwaarts: “Waarom toch?”.

Links van het kruis knielt snikkend Maria Magdalena. Misschien was de aanwezigheid van haar naamheilige voor Magdalena Lewieter de aanleiding om dit schilderij te schenken.

Achter haar staat Maria Kleofas, de ogen gesloten, het hoofd gebogen en peinzend met een hand ondersteund.

Dat de horizon bijna tot op de onderlijst zakt is een iconografische vertolking van de Bijbelse plaats, de bérg Golgota, vanwaar men dus naar beneden kijkt.

De wetenschappelijke verantwoording voor de gegevens in verband met de rozenkransmysteries van de Sint-Pauluskerk te Antwerpen staat HIER.