Antwerpen, Kerken en Toerisme
Toerismepastoraal, Bisdom Antwerpen (TOPA vzw)

Op reis in eigen stad

Een dagje ESPAÑA in Antwerpen

Bourlaschouwburg

Komedieplaats 18

’t Kan verkeren – taal en toneel

Aan de bustes van overwegend klassieke Franse toneelschrijvers zie je dat Pierre Bruno Bourla dit gebouw ontwierp als ‘Théâtre Royal Français’(1832-1834). Om naast Vondel ook andere toneelauteurs uit de wereldliteratuur te huldigen, prijkt er ook één Spaans auteur op, Lope de Vega (1562-1635).

Wist je dat deze Spaanse auteur de teksten van onze Antwerpse dichteres uit de Keizerstraat, Anna Bijns, kende? Wist je dat zijn toneelstukken ook in Antwerpen gedrukt werden, in het oorspronkelijke Castiliaans?

Wist je dat Don Quijote bijna onmiddellijk na zijn verschijning (1605-1615) ook in de Lage Landen herdrukt en daarna vertaald werd (weliswaar in Brussel)?

‘De Spaanse Brabander’ in het Raamtheather – regie Walter Tillemans

We weten niet wie de Spaanse schelmenroman ‘Lazarillo de Tormes’ (1554) schreef, maar de zeer vrije bewerking door Gerbrand Adriaenszn. Bredero (1585-1618) kennen we wel: de ‘Spaanschen Brabander’. Het praalzuchtige hoofdpersonage Jerolimo Rodrigo belandt rond de 1560’s van Antwerpen – met zijn sappige Brabantse dialect ‑ in Amsterdam, waardoor de auteur zich vrolijk kan maken over beide steden, want het stuk dateert uit 1617. De vaak geciteerde aanhef van het eerste bedrijf kan je online volgen op YouTube. Daaruit blijkt ook hoe de zuiderse maniertjes een zuivere volksaard en volkstaal bezoedelen, waartegen Bredero zich op komische wijze afzet. De maatschappelijke elite was zeer modebewust en nam graag de formelere kledingstijl, de hoeden en (voor mannen) de puntig gesneden baardjes over; wie zichzelf sociaal optilde kopieerde dat gretig.

We blijven even bij het fenomeen ‘taal’ en leenwoorden want zoals handel werkt dat in beide richtingen.

Uit het Spaans hebben we voor de hand liggende gastronomische begrippen overgenomen zoals paella, chorizo, tapas/pintxos en andere lekkernijen. Volgens de woordenboeken zijn sedert de 16e eeuw de volgende woorden ingeburgerd uit het Spaans: ansjovis, kurk, cargo, passaat, neger, commando, kordaat, het teken ‘x’ voor ‘onbekend’ en wellicht ook ‘masjoefel’ (muchacha). ‘Señor’ (heer) en ‘pagador’ (betaalmeester) zijn ons in het Antwerps vertrouwd als ‘sinjoor’ en ‘pagadder’, maar wellicht met enige spotzucht. Zijn het de Antwerpenaren (van geboorte of aangespoeld) die zich in de 21ste zoals in de 16de eeuw als zelfverklaarde heren gedragen/gedroegen à la Jerolimo Rodrigo?

Omgekeerd, zou het Spaans aan het Nederlands enkele typische landschappen en scheepvaarttermen ontleend hebben (dikwijls via het Frans): dique, duna, polder; babor, estribor, foque, yat, yola; en ook: droga en quermese (kermis).

En wat zijn alle betekenissen van ‘flamenco’? Het adjectief verwijst eerst naar ‘Vlaanderen’ (la parte por el todo voor de Nederlanden) en daarna naar ‘opgewonden, provocerend’ zoals de Andalusische muziek en dans die met zigeuners geassocieerd wordt maar waarvan Wannes Van de Velde grote fan was.