Tiara

Een driekroon: een hoofddeksel dat bestaat uit drie boven elkaar geplaatste kronen. Hij werd door pausen gedragen bij officiële, niet-liturgische, plechtigheden vanaf het begin van de 14de eeuw tot 1964, toen paus Paulus VI afstand deed van zijn tiara t.v.v. ontwikkelingshulp.

Superplie

Een halflang wit gewaad met lange mouwen dat over een soutane wordt gedragen. Rochet [als ‘roket’ uitgesproken] is een synoniem.

Stool

Een lange strook stof die door de priester om de hals wordt gedragen en waarvan de twee uiteinden vooraan even lang zijn. De stool wordt gedragen tijdens de mis en het toedienen van de andere sacramenten.

Soutane

Een lang, meestal zwart, gewaad dat tot de voeten reikt en vooraan van onder tot boven gesloten wordt met kleine knoopjes. Synoniem: toog.

Solideo

Een klein zijden hoofddeksel in de vorm van een bolkap, dat erg lijkt op een joods keppeltje. Hij wordt gedragen door bisschoppen [paars], kardinalen [rood] en de paus [wit].

Scapulier

Een schouderkleed dat bestaat uit een lap stof met de breedte van de schouders, waarin een opening voor het hoofd en dat de volledige voor- en achterzijde van een pij bedekt. Het wordt gedragen door verschillende religieuze ordes, o.a. trappisten, karmelieten, alexianen, …

Pij

Een tot op de voeten rijkend gewaad met lange mouwen en zonder knopen, meestal met een aangehechte kap. Dit is de typische kleding voor monniken en monialen.

Mijter

Het ceremonieel hoofddeksel van bisschoppen en abten. De voor- en achterzijde zijn qua vorm identieke vijfhoeken die met de punt naar boven wijzen.

Kazuifel

Mouwloos gewaad dat de priester boven de albe en de stool draagt tijdens de mis.

Kap

Opstaand hoofddeksel gedragen door vrouwelijke religieuzen. Tot het Tweede Vaticaans Concilie bedekte de kap het volledige haar en de hals. Tegenwoordig staat de kap meestal op het haar.